Naast alle losse maatregelen uit het Belastingplan 2027 zijn er twee onderwerpen die dit najaar een dieper artikel verdienen, omdat ze de loonstrook van vrijwel elke werknemer raken: de ontwikkeling van de cao-lonen, en de forse herziening van het wettelijk minimumloon en minimumjeugdloon. Beide dossiers hangen ook met elkaar samen, want een stijgend minimumloon werkt door in de onderkant van veel loongebouwen en cao-schalen.

Cao-lonen: historisch hoog, maar de piek is voorbij

Sinds 2022 zijn de cao-loonstijgingen in Nederland historisch hoog. Waar loonafspraken decennialang structureel onder de 2% bleven, piekte de gemiddelde maandelijkse cao-loonstijging in september 2023 op 8,0%. Voor 2025 kwam de gemiddelde cao-loonstijging uit op 3,76%. Volgens het maandbericht loonontwikkeling van AWVN lag het cumulatieve gemiddelde over 2026 tot en met juli op 3,18%, met in juli specifiek 3,17% voor de 18 in die maand afgesloten akkoorden (goed voor 110.000 werknemers). Daarmee is de dalende trend die begin 2025 zichtbaar was, gestagneerd op een niveau ruim boven de 3%. In totaal werden tot en met juli 2026 al 258 cao’s vernieuwd, voor 1,9 miljoen werknemers, terwijl er nog 423 cao’s in 2026 aflopen voor 2,9 miljoen werknemers en 30 cao’s voor 24.000 werknemers al langer openstaan.

Vooruitkijkend wijzen andere prognoses op een verdere afvlakking: waar 2026 nog uitkomt op circa 4% gemiddelde loonstijging, wordt voor 2027 een daling naar ongeveer 3,1% verwacht. Deze cijfers komen uit iets andere metingen dan het AWVN-maandbericht (de ene bron kijkt naar realisatie per afgesloten akkoord, de andere naar bredere ramingen inclusief incidentele componenten), maar het beeld is consistent: de loonstijgingen blijven historisch hoog, maar de scherpste stijgingen liggen achter ons.

Voor salarisadministraties is dit een relevant gespreksonderwerp met klanten om twee redenen. Ten eerste is het nuttig als benchmark: een werkgever die zelf buiten cao om salarisbeleid voert, wil weten hoe zijn eigen aanpassingen zich verhouden tot wat sectorgenoten doen. Ten tweede heeft de aanhoudend hoge cao-loonstijging direct effect op berekeningen als de transitievergoeding, pensioengrondslagen en de systematiek van periodieke verhogingen, die allemaal moeten worden bijgewerkt zodra een nieuwe cao is afgesloten of algemeen verbindend verklaard.

Het minimumloon: bedrag nog niet definitief, richting wel duidelijk

Het wettelijk minimumuurloon staat sinds 1 juli 2026 op €14,99 bruto voor werknemers van 21 jaar en ouder. Het definitieve bedrag per 1 januari 2027 wordt pas rond 1 oktober 2026 officieel vastgesteld, maar op basis van de CPB-raming van augustus 2026 wordt een indexatie van ruwweg 2,2% verwacht, wat zou uitkomen op ongeveer €15,30 per uur. Dat is een gebruikelijke halfjaarlijkse indexatie op basis van de contractloonontwikkeling, geen bijzondere ingreep. Zodra het definitieve bedrag bekend is, moeten salarisadministraties dit tijdig verwerken in de loontabellen voor 1 januari, inclusief de doorwerking naar cao-schalen die aan het wettelijk minimum zijn gekoppeld.

Minimumjeugdloon: een fundamentele herziening

Veel ingrijpender is de aanpassing van het minimumjeugdloon, die per 1 januari 2027 ingaat. Minister Vijlbrief motiveert dit door te stellen dat jongeren “aan het begin van hun volwassen leven” staan en vaak studie met werk combineren of zelfs fulltime werken, terwijl ze financieel nog moeite hebben om rond te komen. Het kabinet wil daarom dat hardwerkende jongeren eerlijker worden betaald.

Concreet gaan de percentages van het volwassen minimumloon die voor elke leeftijdscategorie gelden, als volgt omhoog:

LeeftijdPercentage nuPercentage vanaf 2027
15 jaar30%30% (ongewijzigd)
16 jaar34,5%40%
17 jaar39,5%50%
18 jaar50%62,5%
19 jaar60%75%
20 jaar80%87,5%
21 jaar en ouder100%100%

De grootste relatieve sprongen zitten bij de 17- tot 19-jarigen, die er 10 tot 15 procentpunt bij krijgen. Alleen het minimumloon voor 15-jarigen blijft ongewijzigd, wat voor werkgevers overigens ook een manier kan zijn om de loonkostenstijging deels te beperken door meer 15-jarigen in te zetten.

Wie dit het hardst merkt

De impact van deze wijziging verschilt sterk per sector, en dat is relevant om aan klanten mee te geven. In de detailhandel is het effect het grootst: lonen liggen daar nu al dicht tegen het wettelijk minimum aan, met slechts 32% van de jonge werknemers die meer dan 130% van het minimumloon verdient. De nieuwe percentages werken daar dus vrijwel direct en volledig door in de loonkosten. In de horeca is het effect beperkter, omdat daar al veel boven het minimum wordt betaald: 72% van de jonge werknemers verdient er nu al meer dan 130% van het minimumloon. Toch is de verwachting dat ook horecawerkgevers hun lonen verder zullen optrekken, simpelweg om concurrerend te blijven nu de detailhandel de jeugdlonen verhoogt en jongeren schaarser worden.

Onderzoek naar eerdere verhogingen van het minimumjeugdloon, tussen 2017 en 2019, laat geen significant negatief effect op de jeugdwerkloosheid zien, en gecombineerd met de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt en een krimpende jongerenpopulatie wordt ook nu geen grote stijging van jeugdwerkloosheid verwacht. Werkgevers zullen de hogere kosten eerder opvangen via automatisering (zelfscankassa’s, slimmere roosterplanning), aanpassing van de personeelssamenstelling, meer inzet van 15-jarigen, of het doorberekenen van kosten in de verkoopprijs.

Een tweede, minder zichtbare wijziging: wat telt mee voor de minimumloontoets

Naast de bedragen zelf verandert er per 2027 ook iets aan de manier waarop wordt getoetst of een werknemer wel genoeg verdient. De huidige wet is op dit punt inconsistent: artikel 6 van de Wet minimumloon suggereert dat toeslagen (zoals ploegentoeslag) meetellen als loon, terwijl artikel 8 juist bepaalt dat toeslagen voor ploegendiensten en onregelmatig werk niet mogen meetellen om aan het wettelijk minimum te voldoen. Dit heeft sinds 2024 tot een onbedoeld effect geleid: werknemers die ruim boven het minimumloon verdienen, blijken voor elk overuur toch recht te hebben op minimaal het wettelijk minimumuurloon, ook als hun eigen overwerktoeslag daar al ruim boven zit.

Om deze onduidelijkheid weg te nemen, bereidt het ministerie van Sociale Zaken een wetswijziging voor als onderdeel van de Verzamelwet SZW 2027, die per 1 januari 2027 moet ingaan. Vooruitlopend hierop hanteert het ministerie bij de toetsing van cao’s die algemeen verbindend worden verklaard nu al een strikte lijn: alleen het kale basisuurloon wordt tegen het wettelijk minimum afgezet, niet de toeslagen of overwerkvergoedingen. AWVN adviseert werkgevers, ook buiten cao’s om, deze lijn al te volgen: het basisloon zelf moet aan het minimum voldoen, in plaats van dat toeslagen worden gebruikt om een tekort te overbruggen. De redenering is dat toeslagen bedoeld zijn als compensatie voor onregelmatig werk, en dat ze hun functie verliezen als ze worden ingezet om simpelweg aan het wettelijk minimum te komen.

Het laatste nieuws

Blijft op de hoogte van de ontwikkelingen en onderzoeken van CBBS.

Bekijk al het nieuws

Wij staan voor u klaar

Stuur een mail

Onze klantenservice helpt u verder (binnen 1 werkdag een reactie)

Bel 070 335 30 00

Op werkdagen van 08:30 tot 17:00

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de gratis nieuwsbrief