Langdurig ziekteverzuim is al jaren een van de meest kostbare en tijdrovende dossiers voor werkgevers, en dit najaar staat het onderwerp weer volop op de agenda. Vlak voor Prinsjesdag presenteerde minister Aartsen (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) aan de Tweede Kamer een reeks scenario’s om het stelsel van loondoorbetaling bij ziekte “werkbaarder” te maken, vooral voor het mkb. Tegelijk blijft de bestaande wet- en regelgeving rond de Wet verbetering Poortwachter en het tweede spoor onverkort van kracht, met stevige financiële consequenties voor werkgevers die steken laten vallen. Voor salarisadministraties is dit een goed moment om klanten hierover bij te praten, zowel over wat er mogelijk gaat veranderen als over wat nu al gewoon geldt.
Waarom dit onderwerp weer actueel is
De kern van het probleem is bekend: een werkgever betaalt bij ziekte van een werknemer twee jaar lang minimaal 70% van het loon door, en moet gedurende die periode actief werken aan re-integratie volgens de eisen van de Wet verbetering Poortwachter. Voor grote werkgevers is dit doorgaans te overzien, maar voor kleinere ondernemers kan één langdurig zieke werknemer een aanzienlijke financiële en organisatorische last betekenen. Het kabinet erkent dit knelpunt en heeft daarom, als onderdeel van de Prinsjesdag-stukken, een set scenario’s aan de Kamer voorgelegd. Belangrijk om hierbij meteen te benadrukken richting klanten: dit zijn nog geen besluiten of wetsvoorstellen, maar bespreekpunten waarover het kabinet in gesprek gaat met politiek en sociale partners. Er is zelfs expliciet aangegeven dat eventuele wetgeving niet voor 2028 klaar hoeft te zijn.
Zes scenario’s voor loondoorbetaling bij ziekte
Minister Aartsen heeft in totaal zes richtingen geschetst, waarvan er vier als kernscenario’s worden gepresenteerd.
Het eerste scenario is een inkorting van de loondoorbetalingsperiode zelf, van de huidige twee jaar naar anderhalf of zelfs één jaar. De gedachte hierachter is dat dit werkgevers meer wendbaarheid geeft en de directe verzuimkosten verlaagt, al roept dit meteen de vraag op wie de resterende periode dan financiert.
Het tweede scenario is collectivisering van het tweede ziektejaar voor kleine werkgevers: de loondoorbetaling in jaar twee zou dan geheel of gedeeltelijk collectief gefinancierd worden, terwijl de arbeidsovereenkomst met de werknemer gewoon in stand blijft. Dit zou vooral kleine werkgevers moeten ontlasten zonder de rechtspositie van de werknemer aan te tasten.
Het derde scenario richt zich op de bovenwettelijke aanvullingen die veel cao’s kennen, bijvoorbeeld een aanvulling naar 100% loon in het eerste ziektejaar. De redenering van het kabinet is dat deze aanvullingen de financiële prikkel voor werknemers om weer aan het werk te gaan verminderen, en dat beperking hiervan dus zou kunnen helpen.
Daarnaast noemt de minister drie aanvullende, kleinere ingrepen: een kortere maximale loonsanctie (de verlenging van de loondoorbetalingsplicht die UWV kan opleggen bij onvoldoende re-integratie-inspanning), een eenvoudigere ontslagaanvraag na langdurige arbeidsongeschiktheid, en een uitbreiding van de no-riskpolis om werkgevers meer zekerheid te geven bij het in dienst nemen of houden van mensen met een verhoogd ziekterisico.
De vakbonden hebben kritisch gereageerd op deze scenario’s, met name op de mogelijke inkorting van de periode en de beperking van bovenwettelijke aanvullingen, omdat zij vrezen dat dit de inkomenszekerheid van zieke werknemers aantast. Voor salarisadministraties is de praktische boodschap aan klanten: dit is een dossier om te volgen, maar er hoeft voorlopig nog niets in de systemen of processen te veranderen.
Wat wél al vaststaat: WIA-uitkering blijft ongewijzigd, ziekengeld nog in de lucht
Binnen hetzelfde dossier is één knoop inmiddels wel doorgehakt. De eerder voorgenomen verlaging van het maximumdagloon met 20%, de grondslag waarop onder meer WIA-, Ziektewet- en WW-uitkeringen worden berekend, gaat niet door. Dit scheelde de rijksbegroting weliswaar 824 miljoen euro, maar het kabinet heeft dit plan losgelaten. Voor werkgevers en werknemers betekent dit dat de berekening van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ongewijzigd blijft. Over de toekomst van het ziekengeld zelf, dus over de scenario’s hierboven, is nog geen definitief besluit genomen: die liggen nu ter bespreking voor.
Het tweede spoor: wat gewoon al verplicht is
Los van de politieke discussie over de toekomst van het stelsel, blijven de bestaande verplichtingen rond de Wet verbetering Poortwachter onverkort gelden, en daar gaat het in de praktijk nog regelmatig mis. Wanneer duidelijk wordt dat een zieke werknemer niet meer terug kan keren in de eigen of een andere passende functie bij de eigen werkgever (spoor 1), is de werkgever verplicht om spoor 2 in te zetten: re-integratie bij een andere werkgever. De wettelijke tijdlijnen zijn strak: uiterlijk in week 42 van het verzuim moet er een probleemanalyse en plan van aanpak liggen, en de volledige re-integratieverplichting loopt door tot week 104, het einde van de loondoorbetalingsperiode.
Werkgevers die onvoldoende aantoonbare re-integratie-inspanningen hebben geleverd, lopen een reëel financieel risico: UWV kan de loondoorbetalingsplicht met maximaal 52 weken verlengen als loonsanctie, bovenop de al bestaande twee jaar. Ook kan een WIA-aanvraag van de werknemer worden afgewezen of aangehouden als het re-integratiedossier niet op orde is. Praktisch betekent dit dat werkgevers een bedrijfsarts moeten inschakelen om te beoordelen of terugkeer in het eigen werk haalbaar is, een concreet en actueel plan van aanpak moeten bijhouden, waar nodig een gecertificeerd re-integratiebureau moeten inschakelen, en dit alles zorgvuldig moeten vastleggen en rapporteren richting UWV.
Een bestaand hulpmiddel: de MKB-verzuim-ontzorgverzekering
Voor kleinere werkgevers die dit hele traject lastig zelf kunnen dragen, bestaat al enige tijd de MKB-verzuim-ontzorgverzekering. Deze combineert de financiële dekking van loondoorbetaling met praktische ondersteuning, zoals verzuimbegeleiding en hulp bij het poortwachtertraject, zodat de werkgever niet alleen het risico afdekt maar ook wordt ontzorgd in de uitvoering. Voor klanten die worstelen met de administratieve last van verzuimdossiers kan dit een nuttig aanknopingspunt zijn.

