Afgelopen dinsdag, 15 september, was het weer zover: Prinsjesdag. Het kabinet presenteerde de Miljoenennota, het Belastingplan 2027 en de bijbehorende Fiscale verzamelwet 2027. Voor wie de salarisadministratie draait, is dit traditiegetrouw de dag waarop duidelijk wordt welk huiswerk er het komende jaar op de plank ligt. Dit jaar valt vooral op dat het kabinet, mede door de minderheid status en de aanhoudende koopkrachtdiscussie, een aantal geplande bezuinigingen op de sociale zekerheid heeft teruggedraaid of uitgesteld, terwijl de lasten op arbeid via premies wel degelijk verder oplopen. Hieronder de belangrijkste ontwikkelingen die relevant zijn voor payroll, HR en salarisadministratie, op een rij.

Let wel: dit zijn kabinetsplannen. Ze moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld en kunnen tijdens dat proces nog wijzigen.

Tarieven, premies en heffingskortingen

De belastingschijven in box 1 worden voor 2027 maar zeer beperkt geïndexeerd: in plaats van de gebruikelijke inflatiecorrectie van rond de 2,6% wordt slechts zo’n 1,248% toegepast, en de grens tussen de tweede en derde schijf wordt zelfs helemaal niet geïndexeerd. Voor werknemers betekent dit dat een groter deel van hun loon in een hoger tarief terechtkomt dan bij volledige indexatie het geval zou zijn geweest. Daar staat een verhoging van de arbeidskorting met €173 tegenover, en dalen de tarieven in de eerste en tweede schijf licht (met 0,06 procentpunt), wat vooral lage en middeninkomens iets compenseert.

Voor werkgevers wordt het duurder. De Aof-premie (Arbeidsongeschiktheidsfonds) stijgt fors, van 7,36% naar 7,76%, mede om de zogeheten “vrijheidsbijdrage” voor extra defensie-uitgaven te financieren. Daarnaast gaat de Whk-premie (Werkhervattingskas) met ongeveer 0,15 procentpunt omhoog, zonder dat daar een verlaging van de Aof-premie tegenover staat zoals in eerdere jaren wel gebeurde. Ook de inkomensafhankelijke Zvw-premie stijgt, naar 6,27%. Voor salarisadministrateurs betekent dit dat de premietabellen voor 2027 op meerdere fronten tegelijk wijzigen, en dat werkgeverslasten per saldo toenemen.

Werkkostenregeling en onbelaste vergoedingen

De vrije ruimte binnen de werkkostenregeling (WKR) gaat voor de eerste loonsom-schijf (tot €400.000) omhoog naar 2,16%, een verruiming die bedrijven iets meer ademruimte geeft om onbelast te vergoeden en verstrekken. Tegelijk verdwijnt de aparte vrijstelling voor branche-eigen producten: personeelskorting op producten uit het eigen bedrijf valt straks gewoon onder de algemene vrije ruimte, in plaats van een aparte regeling te zijn. Ook de doelmatigheidsgrens van €2.400 voor bijvoorbeeld verstrekkingen wordt wettelijk vastgelegd, met jaarlijkse indexatie.

Een praktische verbetering: werkgevers mogen straks op dezelfde dag zowel een onbelaste thuiswerkvergoeding als een reiskostenvergoeding geven, iets wat nu nog is uitgesloten. Verder wordt de al langer aangekondigde verhoging van de gerichte vrijstelling voor reiskosten, van €0,23 naar €0,25 per kilometer, definitief in de wet vastgelegd, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026.

Auto van de zaak

Voor de leaseauto verandert er ook het nodige. Werkgevers met fossiele leaseauto’s krijgen vanaf 2027 te maken met een nieuwe pseudo-eindheffing van 12% (met beperkte uitzonderingen), bovenop de bestaande bijtellingsregels voor de werknemer. De bijtelling voor volledig elektrische auto’s stijgt in 2027 naar 20%. De grens voor de youngtimerregeling gaat van 16 naar 25 jaar, en er komt een nieuwe “e-timer”-regeling voor gebruikte elektrische auto’s van vijf tot acht jaar oud. Voor salarisadministraties met een wagenparkcomponent is dit een dossier om vroeg in het jaar op de agenda te zetten, want het raakt zowel de loonstrook van de werknemer als de kostprijsberekening van de werkgever.

Expatregeling

De 30%-regeling voor expats wordt verder afgebouwd: het vrijgestelde percentage voor de vergoeding van extraterritoriale kosten daalt van 30% naar 27% per 1 januari 2027, gecombineerd met aangescherpte inkomenseisen. Voor organisaties met internationale werknemers betekent dit een herberekening van nettoloonafspraken en arbeidsvoorwaardenpakketten.

Minimumloon en jeugdloon

Het wettelijk minimumuurloon, dat per 1 juli 2026 al naar €14,99 ging, stijgt naar verwachting per 1 januari 2027 met circa 2,05% verder, richting de €15,30 per uur. Opvallender is de stevige verhoging van het minimumjeugdloon: de percentages van het volwassen minimumloon die voor jongere leeftijdscategorieën gelden, gaan fors omhoog. Voor 17-jarigen bijvoorbeeld van 39,5% naar 50% van het minimumloon. Daarnaast verandert de toetsing van het minimumuurloon zelf: toeslagen en extra gewerkte uren tellen niet langer mee bij het bepalen of iemand ten minste het minimumloon verdient, wat betekent dat het basisuurloon zelf voortaan aan de norm moet voldoen. Ook vervalt de arbeidskorting die werkgevers nu nog toepassen op uitkeringen die via de werkgever lopen (bijvoorbeeld bij ziekte). Voor de salarisadministratie zijn dit wijzigingen die direct doorwerken in de loonberekening en de controle op minimumloonnaleving.

Pensioen

Op pensioengebied springt vooral de bevriezing van de pensioengrens in het oog: het maximale pensioengevend loon van €137.800 wordt niet geïndexeerd en blijft tot 2032 op dit niveau staan. Dit raakt, afhankelijk van de precieze afbakening, ergens tussen de 280.000 en 790.000 hogere inkomens, voor wie een groter deel van het loon buiten de fiscaal gefacilieerde pensioenopbouw valt. Verder stijgt de RVU-heffing (de pseudo-eindheffing bij regelingen voor vervroegde uittreding) per 2027 naar 64%, wat regelingen voor eerder stoppen met werken duurder maakt voor werkgevers. De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel onder de Wet toekomst pensioenen loopt intussen gewoon door volgens het bestaande tijdpad, dus pensioenadministraties blijven ook in 2027 in transitie.

AOW en sociale zekerheid: vooral uitstel

Een opvallende trendbreuk dit jaar is dat het kabinet een aantal geplande ingrepen in de sociale zekerheid juist heeft teruggedraaid of vooruitgeschoven. De automatische een-op-eenkoppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting, die als bezuiniging in de begroting stond, is uit de plannen gehaald. De voorgenomen verlaging van het maximumdagloon (de basis voor onder meer WW- en WIA-uitkeringen) gaat niet door. En de verkorting van de WW-duur met een hogere uitkering in de eerste twee maanden, eerder voorzien voor 2027, is verschoven naar januari 2029. Overige bezuinigingen op de sociale zekerheid zijn eveneens uitgesteld. Voor werkgevers en salarisadministraties betekent dit vooral rust op dit dossier voor 2027, al blijft het iets om in de gaten te houden richting latere jaren.

Transitievergoeding en administratieve vereenvoudiging

De compensatieregeling waarmee werkgevers de transitievergoeding bij bijvoorbeeld langdurige arbeidsongeschiktheid vergoed kunnen krijgen, zou worden afgeschaft, maar dat is nu uitgesteld tot 1 januari 2028.

Op administratief vlak is er ook goed nieuws: de eerstedagsmelding (EDM) verdwijnt definitief per 1 januari 2027, als onderdeel van de Fiscale verzamelwet 2027. Dit scheelt salarisadministraties een verplichting die de afgelopen jaren toch al grotendeels buiten gebruik was geraakt. Ook de opting-in regeling wordt vereenvoudigd: waar nu nog een meldplicht geldt, wordt dit een bewaarplicht, waarbij de verklaring van de arbeidsrelatie voortaan in de loonadministratie bewaard moet worden in plaats van gemeld bij de Belastingdienst.

Wat verder nog op de radar hoort

Een aantal grotere wetstrajecten die niet per se uit het Belastingplan zelf komen, maar wel raken aan arbeidsvoorwaarden en salarisadministratie, blijven in beweging: wetgeving rond loontransparantie en gelijke beloning (met een verplicht objectief en genderneutraal functiewaarderingssysteem), de Zelfstandigenwet die verduidelijking moet geven over de grens tussen zzp-schap en werknemerschap (voorzien voor de zomer van 2027), de vervanging van nulurencontracten door bandbreedtecontracten, modernisering van het concurrentiebeding, en wijzigingen in de ketenbepaling en gelijke behandeling van uitzendkrachten. Deze trajecten zijn nog volop in ontwikkeling maar verdienen een plek op de radar van HR en salarisadministratie voor de langere termijn.

Aandachtspunten voor de salarisadministratie

Wie de administratie voor 2027 wil voorbereiden, doet er goed aan om op korte termijn in elk geval deze punten te agenderen: het bijwerken van premietabellen voor Aof, Whk en Zvw; het herzien van reiskosten- en thuiswerkregelingen op basis van de definitieve €0,25-vergoeding; het controleren van de wagenparkregeling op de nieuwe pseudo-eindheffing en de gewijzigde bijtellingspercentages; het doorrekenen van de minimumloon- en jeugdloonstijgingen in de loonschalen, inclusief de nieuwe toets zonder toeslagen en overuren; het beoordelen van de impact van de bevroren pensioengrens op pensioenregelingen voor hogere inkomens; en het aanpassen van interne processen nu de eerstedagsmelding vervalt en opting-in van meld- naar bewaarplicht gaat.

Zodra het Belastingplan 2027 en de Fiscale verzamelwet 2027 door de Tweede en Eerste Kamer zijn behandeld, komen de definitieve cijfers en percentages beschikbaar, meestal eind november of in december. Tot die tijd is dit het beeld zoals het kabinet het op Prinsjesdag heeft neergelegd.

Het laatste nieuws

Blijft op de hoogte van de ontwikkelingen en onderzoeken van CBBS.

Bekijk al het nieuws

Wij staan voor u klaar

Stuur een mail

Onze klantenservice helpt u verder (binnen 1 werkdag een reactie)

Bel 070 335 30 00

Op werkdagen van 08:30 tot 17:00

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de gratis nieuwsbrief